"Wie in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven."



De Schepping

Een van de grootste levensvragen is de vraag naar het ontstaan van de wereld. Hoe kan het dat deze wereld er is? Wie is daar verantwoordelijk voor? En als er iets of iemand verantwoordelijk voor is, wat betekent dit dan voor mij?


>> Hoe God de wereld schiep

De Bijbel geeft een duidelijk verslag van hoe de wereld gemaakt is. Het geeft daarmee een antwoord op één van de belangrijkste vragen van het bestaan. Het is ook het eerste waar de Bijbel mee begint. De eerste woorden in de Bijbel zijn: "In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water".
 
Vervolgens volgt er een verslag van hoe God in deze woestenij de wereld schiep. De manier waarop God alles schiep laat Zijn almacht zien. Bij alles wat Hij schiep staat er namelijk geschreven: "God sprak en het was er". Dat gaat ons verstand te boven. We kunnen begrijpen dat een kunstenaar een stuk klei neemt en daaruit een beeld creëert, of een stoel maakt uit een stuk hout met behulp van allerlei gereedschappen. Maar bij God is dat volkomen anders. Door Zijn almacht is Hij in staat dingen te scheppen die er niet zijn. Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er! (Ps. 33:9) Uit het niets schept Hij iets en daar hoeft Hij alleen voor te spreken. En Hij zag dat het goed was.
 

 

>> Schepping van de mens

Nadat God alles wat wij kennen (de zon, sterren, bomen, dieren, etc.) geschapen had, schiep Hij op de zesde dag de mens:
 
"En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen" (Genesis 1:26-27).
 
De mens was de kroon op God's schepping, zo heeft Hij het gewild en Hij verheugde zich erin.
 
God plaatste de mens in een paradijs met de naam Hof van Eden. Daar was de mens in volkomen harmonie met zijn Schepper, met elkaar en zijn leefomgeving.
Zoals we al hebben gelezen schiep God de mens naar Zijn beeld en gelijkenis. Dat wil niet zeggen de ze kleine goden waren. Maar “naar Zijn gelijkenis” wil zeggen: Geschapen met een verstand om de mens in staat te stellen dingen te onderzoeken, te begrijpen en te maken, eigenschappen die God ook bezit. God gaf de mens ook verantwoordelijkheid om dat verstand te gebruiken:
 
"De HEERE God vormde uit de aardbodem alle dieren van het veld en alle vogels in de lucht, en bracht die bij Adam om te zien hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam elk levend wezen noemen zou, zo zou zijn naam zijn. Zo gaf Adam namen aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld" (Genesis 2:19-20).
 

>> De zevende dag

In de Bijbel wordt ons verteld dat God de wereld in zes dagen gemaakt heeft, op de zevende dag rustte Hij van Zijn werk “en”, staat er vervolgens, “heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken” (Gen 2:3). Daarom heeft één dag in de week nog steeds een speciale status; om te rusten, maar ook om die dag speciaal toe te wijden aan God.