"en u zult Hem de Naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden."



Verbazingwekkende genade


Wanneer we de Bijbel zouden moeten samenvatten in één woord zou het 'genade' moeten zijn. Gods genade, Gods goedheid, daar hebben we alles aan te danken. John Newton zong er van in zijn wereldberoemde lied: “Amazing Grace, how sweet the sound...” Toch is het accepteren van genade niet altijd makkelijk voor mensen. Hoeven we dan helemaal niks zelf te doen? Wil God 'zomaar' mijn zonden vergeven? Kan dat wel? Wil ik dat wel?!

Gratie

Genade is afgeleid van het Latijnse woord 'gratia'. Wellicht komt dit woord u niet onbekend voor, het lijkt namelijk op het bekendere woord 'gratie'. De president van de V.S. kan gratie verlenen aan een gevangene. Of, zoals recent nog is gebeurd, gratie verlenen aan 5 miljoen mensen die zonder verblijfsvergunning in de V.S. verbleven. Zowel de gevangene als de zogenoemde 'illegalen' hadden daar geen recht op. Ze hadden iets gedaan wat tegen de wet in ging, en volgens de wet straf verdient. Het is enkel door een daad van goedheid van de president dat de gevangene vrijheid wordt verleent en 'illegalen' een verblijfsvergunning wordt aangeboden.
 
Bovenstaand voorbeeld maakt duidelijk wat gratia (genade) is. Genade betekent dat je iets krijgt waar je geen enkel recht op hebt. De verleende genade is enkel te danken aan de goedheid van de gever. De ontvanger kan de gift alleen maar in dankbaarheid aannemen.
 

God verleent gratie

Déze genade staat nu centraal in de Bijbel. God verleent gratie aan zondaren. Hij scheld hun zonden kwijt, zonder dat de overtreder daar iets voor gedaan heeft. De zondaar hoeft de gift alleen maar aan te nemen. Er is wel een belangrijk verschil met het Amerikaanse voorbeeld. God scheldt de zonde niet zomaar kwijt. Hij heeft er namelijk Zijn Zoon Jezus voor gestraft. Hij, Jezus, wilde vrijwillig de straf van zondaren op Zich nemen zodat zij genade, gratie van God zouden kunnen ontvangen.
 

Verdienen

Het aanvaarden van deze genade is moeilijker dan het lijkt. Diep ingebakken in de menselijke natuur zit de drang om een tegenprestatie te willen doen. We kunnen het 'eerlijker' vinden om iets te verdienen. Zo kunnen we van mening zijn dat we eerst boete moeten doen voordat we vergeving van God kunnen verdienen. Bekend is de uitspraak: “Ik laat een ander niet voor mijn fouten opdraaien.” Dit wordt dan gezegd met een verwijzing naar Jezus, die de zonden van de mensen op Zich nam en de straf daarvoor droeg. We willen dan het aanbod van Gods genade niet aanvaarden omdat we liever zelf de straf op ons nemen of op zijn minst een tegenprestatie willen doen.
 

Onmacht

Aanvaarden van genade kan ook moeilijk zijn omdat het onze onmacht blootlegt. We erkennen daarmee dat we onszelf niet kunnen redden en dat we afhankelijk zijn van de goedheid van de gever. Ook dit druist in tegen onze natuur. De man die bij een gevecht onderop ligt stelt het roepen om genade uit tot het moment dat hij echt niet meer kan. Roepen om genade betekent dat hij zijn zwakheid ten opzichte van de tegenstander erkent en doet hij een beroep op zijn goedheid. Bij het aanvaarden van Gods genade moeten we erkennen dat we zondaren zijn die machteloos staan om zichzelf te redden.
 

Hoogmoed

Wie vindt het niet leuk om iets zomaar te krijgen? Hoewel er maar weinig mensen zullen zijn die het hier niet mee eens zijn, is het toch nog niet zo makkelijk om iets te ontvangen. Ontvangen is vaak juist heel moeilijk! Iets 'zomaar' krijgen en helemaal als het vaker gebeurd, kan ons het gevoel geven dat we in het krijt staan bij de ander. En dat willen we niet. Daarom zette we er vaak iets tegenover, al is het maar iets heel kleins. Ten diepste zit daar onze hoogmoed achter. Maar genade houdt juist in dat we er niets tegenover stellen. Anders is genade geen genade meer.
 

Nieuwe Testament

Er is door de eeuwen heen veel veranderd, maar de mens ten diepste niet. Ook in de tijd van de Bijbel hadden mensen moeite met het aanvaarden van Gods genade. Veel Joden, met hun lange historie waarin zij allerlei rituelen moesten volgen, meenden dat de mens zich nog moest houden aan bepaalde voorschriften voordat men in aanmerking kwam voor Gods Genade. Paulus, de bekendste zendeling van het Nieuwe Testament, houdt niet op hier voortdurend 'nee' tegen te roepen. Nee, zegt Paulus keer op keer, door genade alleen!
 

Waarom genade alleen?

Wat is nu het belangrijkste argument waarom wij moeten accepteren dat wij het alleen moeten hebben van Gods genade en dat wij zelf niets moeten proberen te presteren om vergeving te verdienen? Dat is het offer van de Heere Jezus Christus. Op grond van dát offer alleen deelt God Zijn genade uit. Wie dan vervolgens meent toch nog zelf iets te moeten presteren voordat hij Gods genade verdient, zegt daarmee eigenlijk dat het offer van Jezus nog niet genoeg is. Hij meent dat er toch nog iets van hemzelf aan het offer van Jezus toegevoegd moet worden, al is het nog zo klein. Die weg snijdt de Bijbel echter rigoureus af. Het is het één of het ander: of u probeert het zelf of u verwacht het van het offer van de Heere Jezus alleen. Wie het zelf probeert, al is het maar voor een paar procent, voor die is het offer van Jezus nutteloos geworden (Gal. 5).
 
God wil dat wij onze hoop alleen op de Heere Jezus stellen. Dat wij Jezus' plaatsvervangende boetedoening aanvaarden als een Goddelijk geschenk. Een geschenk aan zondaren die het niet verdient hebben, die op een verschrikkelijk manier tegen God hebben gezondigd, die machteloos staan om zichzelf te redden. Voor zulke slechte mensen gaf God Zijn Zoon en aan zulke mensen wil God Zijn genade uitdelen. Wat een genade, wat een God! Amazing grace...